Kennismaking met het Khong District

‘KDCDA will pick you up in 15 min’, informeert Dong ons via een smsje. We zijn door de chauffeur van de minivan (Pakse à 4.000 Islands) afgezet bij de afslag naar Ban Nagasan en mogen van een aardige mevrouw wachten in haar shopje aan de weg. Het kwartier wordt een half uur en Dong smst nog een keer; Ze zijn onderweg. Als we een uur zitten te wachten beginnen we ons toch een beetje zorgen te maken. Inmiddels is er een jongen op een scooter aan komen rijden. Hij kletst wat met de dochter van de mevrouw. Pas na een paar minuten komt hij naar ons toe. Bounxan is zijn naam en hij is gekomen om ons naar het dorp te brengen! We moeten alleen nog even wachten op een tweede scooter + chauffeur. Even later toeren we langs de vele kleine dorpjes die het Khong District rijk is. Michael, die bij mr. Somphone achterop zit, is al snel uit het zicht verdwenen. Bounxan rijdt langzaam. “I have to be careful with you.’Hij spreekt goed Engels en ik kom erachter dat hij even oud is als ik. Samen met zijn vader, die de broer is van mr. Bounchan, de voorzitter van de stichting, woont hij in (…..). Als we via een modderig paadje aan komen glibberen in het dorp heeft Michael al kennis gemaakt met mr. Bounchan. Vriendelijk lachend heet de man ook mij welkom. Terwijl Michael en ik een gesprek proberen te voeren met de gastheer (hij spreekt bijna geen Engels)  maken Bounxan en de zoon van Bounchan ons bedden op (twee matrassen waar een klamboe overheen hangt). We slapen in het oude huis van mr. Bounchan. Een jaar geleden heeft hij een huis van steen laten bouwen. Zijn houten huis wordt nu gebruikt als vergaderplaats van de stichting en als KDCDA  bezoekers heeft, wordt het huis omgetoverd tot logeerplek. We krijgen een mini-rondleiding en spreken met mr. Somphone af dat hij ons een scooter komt brengen die we kunnen huren.  De afstanden zijn hier best wel pittig, dus een scooter kunnen we goed gebruiken! Mr Bounchan brengt ons een één-pits gasstel, want koken doen we zelf. Voor boodschappen moeten we op de markt in Ban Nagasan zijn. Het is een dorpje op ongeveer 15 minuten rijden, waar toeristen de overtocht maken naar Don Det; een van de 4000 eilanden die samen Si Pan Donh worden genoemd. Omdat we vanavond al voor het eerst een maaltijd in elkaar moeten flansen en we nog geen scooter hebben biedt mr. Bounchan aan mij naar de markt te brengen. Want..  ‘women do cooking.’ Om 16.00 is het Bounxan die me komt ophalen met de woorden ‘Lisa, you go to market with me?!’ Ik ben stiekem wel een beetje opgelucht dat hij met me meegaat en niet mr. Bounchan. Ik zou echt niet weten waar ik het met die man over moet hebben! Bounxan helpt me waar nodig en checkt of ik niet getild wordt door de marktkoopvrouwen. Een klein uurtje later komen we met rijst, groenten, ketjap, fruit en water terug. Wat Michael en ik ervan gaan maken zien we dan wel weer. We bereiden de eerste Engelse les voor en koken  een simpel maal dat bestaat uit rijst en een groentenprutje.

Zo, de eerste indruk is gemaakt. Als ik alle dagen één voor één voor jullie ga beschrijven wordt het een oersaai verhaal en dus waag ik me aan een beknopte versie zodat jullie toch een idee krijgen van onze avonturen in Khong.

Op dag twee voeren we niet bijster veel uit. Wel bellen we Dong om de plannen te bespreken. Het blijkt een vruchtbaar telefoontje, want de plannen kunnen rap gemaakt worden. Op de derde dag beginnen we meteen aan ons programma (gemaakt door mr. Bounchan) dat een prima combi is tussen projectbezoeken en toeristische uitstapjes. In vier dagen zien we twee watervallen en bezoeken we vijf scholen. De dagen kabbelen voort in hetzelfde Lao-tempo en lijken veel op elkaar. We worden steeds verwelkomd door het dorpshoofd of de directeur en krijgen een drankje aangeboden. Variërend van coconut juice, dat we uit een kokosnoot moeten slurpen, tot Mirinda (Fernandes-like alleen dan nog zoeter). We bekijken scholen die soms al wel en soms niet af zijn en we vragen naar de informatie die we nodig hebben. Hoeveel leerlingen? Hoeveel leraren? Hoe duur is het gebouw? Enzovoorts.. ’s Middags trakteren Michael en ik het hele gezelschap op een traditionele Laotiaanse lunch, altijd bestaande uit sticky rice ,spicy fishsoup en lááp. Na de lunch gaan we ‘huiswaarts’ en proberen we alle indrukken een plek te geven in de, inmiddels uitpuilende, lades in ons hoofd. Als we weer wat energie hebben bijgetankt vertrekken we op de scooter naar de markt, waarna we tijdens het ‘campingkoken’  beginnen aan de lesvoorbereiding. Na de les zijn we steeds te moe om onze reisdagboeken bij te werken en vallen we in slaap.

Ik vertel jullie nu over onze tijd in Khong alsof het de normaalste zaak van de wereld is, maar natuurlijk zijn er dingen die een onvergetelijke indruk op ons hebben achtergelaten en die daarom zeker de moeite waard zijn te vertellen.

  1. Twee van de vijf scholen die we bezoeken bevinden zich niet op het vasteland en we hebben daarom  uren over de Mekong gevaren. Ik kan niet voorkomen dat ik tijdens deze boottochtjes moet denken aan AK lessen over Zuidoost-Azië. Een 3D versie van mijn oude Aardrijkskunde- boek maar dan een miljoen keer indrukwekkender!
  2. Ik loog eigenlijk toen ik vertelde dag Michael en ik iedere dag de lunch regelden want tijdens één van de schoolbezoeken werden we door het dorpshoofd uitgenodigd om bij hem thuis te eten. Vijf vrouwen hadden duidelijk al een paar uur in de keuken doorgebracht om ons te verrassen. We zaten op onze knieën (na een kwartier had ik al kramp!) en aten met onze handen. Wat een ervaring! Meer ‘local’ dan dit gaat het niet meer worden.
  3. Op onze tripjes gingen niet alleen mr. Somphone (als tolk) en een KDCDA-lid mee, maar toen wij op de eerste dag hadden aangeven dat we het leuk vonden dat er een leerling van ons mee zou gaan werd dit meteen geregeld. Mailaiphone, een meisje dat duidelijk veel in haar mars heeft, mocht ons op ieder tripje vergezellen. Zo kon ze leren over de stichting terwijl ze tegelijkertijd haar Engels oefende. Dit was voor ons duidelijk één van de sterke punten van KDCDA. De stichting wil de volgende generatie betrekken bij de projecten.
  4. Als bedankje had mr. Bounchan een afscheidsceremonie voor ons georganiseerd. Alle mensen uit het dorp waar wij veel contact mee hadden gehad spraken (in het Engels) een aantal wensen voor ons uit en knoopten een armbandje bij ons om. Het klinkt misschien wat kneuterig, maar voor ons was het een mooie afsluiter. Toen later de laolao (wishkey) op tafel kwam kon de avond niet meer stuk!
  5. Last but not least. We hebben in Khong een super vette haan-opdracht uitgevoerd en wel die van Aswin en Kalo. Michael zal daar later een uitgebreide update over geven, maar ik kan jullie verklappen dat het wel één van de stoerste dingen was die we hebben gedaan.

De dagen in het Khong District waren super. We hebben een goed beeld gekregen van het werk van de stichting. Vooral het KDCDA motto ‘we help them who help themselves’ heeft voor ons meer betekenis gekregen toen we erachter kwamen dat de dorpen ook zelf een grote financiële bijdrage leveren aan de projecten. Behalve dat het een goed gevoel geeft dat de Nam Jai-klus is gefixt zijn we ook blij dat we op deze manier kennis hebben kunnen maken met de Laotiaanse cultuur. Hoe meer we naar het Noorden trekken hoe meer invloed van de Westerse wereld we zien. We komen steeds meer toeristen tegen en we kunnen weer  Beerlao drinken. Dat is fijn, maar geen pizza kan op tegen de lááp páa met sticky rice van Mailaiphone.

 Image
Het uitzicht vanuit ons houten huis

 Image
Lunch bij het dorpshoofd. In het midden mr. Somphone, naast hem mr. Bounchan

Image
Bounxan en Mailaiphone

Advertenties
Categorieën: Uncategorized

Berichtnavigatie

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: